Joseph Paardekracht
Verhalen


home

De Afsluitdijk

 

De koelkast doet het, de afzuigkap werkt, als je hem aanzet en de televisie kan naar believen aan en uit.
Dat mochten we ondervinden in het chalet te Champéry, dat we via kennissen hadden gehuurd.
De benedenverdieping was nog niet gemoderniseerd en ja hoor, daar stond een ouwe piano, die zelfs voor cafépiano te vals was en er hing een oud schilderij, dat als dartsbord dienst deed. Wellicht kon het oude schilderij nog hersteld worden. Ik vond het volstrekt logisch dat het doek meemoest naar huis om nog te redden wat er te redden viel. Met mijn zakmes sneed ik later het doek uit de lijst en ik vond achter het doek een zakje met oude munten.
Ik wist een handelaar in Biel, die het niet zo nauw nam. Hij bekeek de munten onder een loep en gaf er een hele hoop geld voor en van dat geld konden we een stereoinstallatie kopen, een video en een terreinwagen.

Nee, zo is het niet gelopen, maar de wrevel blijft dat zoveel mensen wel al de electrische installaties goed voor mekaar hebben, maar er staat geen gitaar in de kamer en als er een piano staat, dan is ie vals en als ie niet vals is, zit ie op slot en dat is nog wel te accepteren, want dan is de vaste bespeler meestal een goede pianist, die er geen amateur op laat rammelen.
De vakantie duurde kort en de bergen waren hoog, de kinderen vermaakten zich en mijn vrouw kon gesprekken voeren met haar zus, die ook mee was.

Een heerlijk gevoel om hoog in de bergen te bivakkeren, terwijl in de thuishaven Peter de Olympia-jol restaureert. Er moesten enige spanten vernieuwd worden. Als we terugkwamen, zou de klus geklaard zijn. Peter had dan zijn gereedschap weer in de tas gedaan, de resten hout in de schuur op de houtstapel voor de kast gelegd en de boot nog even gedweild.
Dat was de afspraak, hij mocht de boot zo vaak lenen als hij wilde, maar dan moest hij wel de gaten in het dek dichten en enkele spanten bijzetten.
De zelflozers konden het werk niet aan, het water stroomde door de kieren, scheuren en rotte plekken naar binnen en dat betekende hozen voor de passagier, maar dat hozen deed ik meestal zelf, want de passagier werd misselijk van de ongemakkelijke houding.
De boot stampen en slingeren, boegwater over je heen en dan met een klein hoosblik, gesneden uit een plastic fles, waarin gesteriliseerde melk had gezeten, het water in een emmer gooien en dan de emmer omkieperen boven de korte hoge golven.

Regelmatig werd het hoosblik per ongeluk ook in het meer gegooid en dat betekende weer een fles gesteriliseerde melk leegdrinken, wat het voordeel had dat je niet geconfronteerd werd met de reclamesmoesjes op de vierkante kartonnen pakken en het nadeel dat melk zeer ongezond is voor mensen, van wie de botten en de longen al volgroeid zijn.
Voer de melk dan aan de kinderen!
Kom nou die lusten geen gesteriliseerde melk en ook geen griesmeelpudding
van gesteriliseerde melk.

We zijn weer thuis.
De kinderen regeren over de speeltuin, ze commanderen de andere buurtkinderen, welke handelingen ze op de speeltoestellen moeten verrichten. Ze hadden geluk want er waren geen grote kinderen bij. Kees deed op een klimrek voor, hoe hij de bergen in Zwitserland bedwong. De andere kinderen moesten hem nadoen. Het zoontje van de chef van het postkantoor viel van het toestel. Hij wreef over de bult op zijn hoofd, hij vertrok geen spier.

Zie je wel, zei ik tegen mijn vrouw, dat je bij de gereformeerde voetbalclub meer mans wordt dan bij de neutrale voetbalclub. en ik vraag me af of het openbaar onderwijs wel zo bijzonder is. Ze worden er apathisch  van. Ik ben nog eens een keer van het kamertje van de bovenmeester naar het Mariabeeld geslagen. Dat was nog eens een tijd.

Mag ik even mijn moeder bellen, zei ze en graag even niet van die voorspelbare grapjes van je.

Onderhand raasde de wasmachine en lag de stofzuiger onder handbereik. Tussen het bellen door ging ze als een machtige furie door het huis.
Ik probeerde nog de paperassen voor mijn bijbaantjes te ordenen, maar dat lukte niet.

Ga nou maar naar de haven, ik red me hier wel, je maakt je alleen maar zenuwachtig, daar heb ik ook niets aan.

Langs de Dijkweg slenterde Peter met een plastic zak vol flessen rond, hij praatte in zichzelf.
Wat moest Peter ook maar weer doen, ach ja... nu weet hij het alweer, lege bierflessen inruilen tegen volle bierflessen.

In het café biljartten de mannen uit de buurt, jaar in jaar uit, zaterdag de ene ploeg en zondag de andere ploeg, zoals vloed en eb elkaar afwisselen, verweerde koppen van het werken op het land, kromme ruggen en versleten knieën van het wroeten in de aarde en de wazige blik van de roes van de jaarlijkse kermis, een roes die het hele jaar voortduurt, tot de volgende kermis zich weer aandient.

Hoe is het met de boot, vraag ik Peter.

Uitstekend antwoordt hij, ik heb een Engelse jongen les in zeilen gegeven en hij kan al aardig met de boot omgaan.

Hij had een mooie betrekking gevonden bij de man, wiens boot in de havenmond lag, aan een aparte steiger. want verder kon het grote witte ijzeren schip niet komen, dan liep het vast.
Hij moest bier aandragen, boodschappen doen en koken, als de baas gezelschap voor een tocht meenam en hij moest de motor onderhouden.
Hij had nog geen geld gezien, maar hij kreeg wel gratis drank en hij mocht met de pot meeëten.
Kan ik me voorstellen, dat hij toevallig geen tijd had voor mijn boot.

Ik keek even kwaad en voelde jaloezie in me opkomen, omdat hij nu eens een gezelschap dronken voerde, de koers uitstippelde. een schipperspet droeg en dan weer - geheel vrijblijvend, let wel in mijn eigen boot - een Engelse knaap zeilles gaf terwijl ik in een godverlaten bergdorp de tijd doorbracht met een vrouw die schoon genoeg van me had en een zuster van haar, die de therapie van wedergeboorte had doorstaan en in plaats van Sientje nu Yvette heette.

Ik trakteerde Peter op een sigaar en een kopstoot, zelf nam ik ook nog een sigaar en een kopstoot.
Peter legde me uit hoe hij op volle zee een lek in een olietoevoer repareerde. De kapitein lag dronken in zijn alkoof, een dronken dame kroop er bij in en een andere dame wilde het roer wel vasthouden
Peter zette eerst de koers uit en legde de dame uit hoe zij het stuurwiel moest hanteren. Hij ging de machinekamer in en slechts met behulp van een bierblikje, ijzerdraad, autocement, een poetsdoek en een combinatietang was het hem gelukt het gat te dichten.
Hij ging weer naar de stuurhut en daar lag de dame op de grond, met haar broek uit. Peter wilde ook zijn broek uitdoen en zich bij haar voegen, maar de vriend van de kapitein kwam de stuurhut binnen. Hij sloeg Peter bij de dame weg en riep:

Geile hond, ben ik even aan het seiken en daar grijpt de schandknaap al tussen de benen van Helena de vrouw met de mooiste billen van het IJsselmeer, de vrouw met de meest smakelijke gleuf van alle vrouwen.

Zei hii schandknaap? vroeg ik aan Peter.

Zei ik dat dan? antwoordde hij.
Maar laat ik doorgaan, want ik wil ook graag weten hoe het met de reparatie van de klok is afgelopen. Is het hout zo gebogen als ik op een sigarendoosje heb voorgetekend?

Dat komt nooit meer goed, bekende ik hem, de klant is boos en de klok krijgt nu een nieuw paneel.

Dan had je broer het hout langer in het water moeten laten liggen. Waarschijnlijk heeft hij te zware gewichten gebruikt en bepaald snugger lijkt hij me ook niet.
Daar ben ik niet verantwoordelijk voor, de aanwijzingen waren duidelijk genoeg, nu ben ik overigens met Chinese filosofie bezig en de wereld verschijnt nu helder en klaar voor me, de wereld, de geschiedenis is nu een open boek voor me, ik zie, ja .. ik zie.... roept Peter door het café.

De mannen biljartten met gekromde ruggen door en de dame met de lippen in rood aangezet haalt de lege glazen op en vult ze weer en de mannen nippen langzaam van het bier.

En toen, vervolgde Peter, liep de stalen schuit vast op een ondiepte vlak bij de Afsluitdijk.

Waar? Bij Den Oever? Bij het Kornwerderzand?

Hou nou op met die futiliteiten, lul er nu niet steeds door heen, ik kan zo niet mijn woorden op een rijtje krijgen, het zweet breekt me uit, ik mag nu eenmaal niet tegelijkertijd drinken en pillen slikken.
De tijd tussen varen en stilstand was zeer gering en door de schok kwamen Helena en de man met een bons tegen de wand van de stuurhut terecht.

Peter vloekte, terwijl de man riep, dat hij hem er nog in had zitten.
Op dat moment, de man kuste de vrouw, die het van schrik op een janken zette en op dat cruciaal moment, terwijl de man met zachte bewegingen van zijn onderlijf de vrouw probeerde af te leiden van de wond, die ze van de dreun had opgelopen, op datzelfde moment  kwam Peter tot een ingeving, waardoor de diepere betekenis van de Afsluitdijk, van de Hondsbosse zeewering, de nieuwe waterwerken in Zeeland kant en klaar op zijn bord lag.

En nu we toch bij elkaar zitten zal ik vertellen wat de essentie van deze dijken is? Heb je nog even tijd?


Graag!


De Engelse jongen kwam het café binnen, Peter gaf hem te kennen, dat ie alvast het bier  mee naar huis moest nemen en thuis de houtkachel aandoen, want het kon 's avonds nog koud zijn.
We keken de jongen na, die met de flessen bier het café uitliep.
Een aardige jongen, zei Peter, geen kwaad woord over hem te zeggen en hij begrijpt zeer goed waar ik mee bezig ben en in het Engels praten we een beetje over de filosophische begrippen als de tegenstelling tussen leven en dood, Yeng en yang en de uiterste meditatie die op de eeuwige ondeelbare nietigheid uitloopt.|
Peter weidde uit over zijn worsteling met de Chinese begrippen.
Met alle respect voor zijn geleerdheid op het gebied van de metafysica, het buigen van hout en het repareren van motoren, wilde ik hem toch graag tot de orde roepen.

De mist hing tegen de dijk, de biljarters zaten nu aan de bar, spelend met hun biljartstokken.
Een man zong een lied, terwijl hij met de stok de barlampen op en neer deed deinen, want het was een zeemanslied en de andere man wreef met zijn reumatische klauwhand gedachteloos over de biljartstok.

Goed, zei Peter, je wilde weten, wat bij mij bovenkwam, toen Helena jammerde en ze met haar hand  aan de wond op haar achterhoofd krabde, waardoor er bloed op haar hand kwam.
Je weet hoe je op volle zee een wond stelpt? Je bent ervan op de hoogte hoe je mensen met  een epileptische aanval helpt, als er binnen een straal van honderd mijl geen dokter valt te bekennen?

Nee, maar ik weet wel hoe het voelt als je een uur in het water ligt met onderkoelingsverschijnselen.

Maar dan weet je nog niet, wat je eraan kunt doen en overigens, we zouden het onderwerp over de dijken bij de kop nemen en niet zomaar wat kletsen, voor mijn part ben je op tijd gered maar daar gaat het nu niet om.

Ook daar moest ik hem gelijk in geven.

Ben je enigszins op de hoogte van de geschiedenis van de Lage Landen, vroeg hij, maar hij had voor zichzelf al uitgemaakt, dat ik er weinig van begreep, hoeveel ik ook gestudeerd had en hij nam het voortouw en begon aan het verslag van zijn bevindingen.

Je weet, dat het plaatsje EE dichtbij het Lauwersmeer vroeger aan zee lag, dat de zoute zee tot de stad Groningen kwam, dat al die pittoreske IJsselmeerstadjes de zee konden ruiken en voelen?
De meerderheid van de bevolking voelde aan den lijve het verschil tussen vloed en eb. Dat was na Napoleon even anders, toen België bij Nederland hoorde.
Was er springtij met veel wind, dan kwam het zoute water in de kelders en soms tot de eerste verdieping en zo is het ook in Zeeland gebeurd en laten we even de problemen van de dood door de woedende zee uit de wereld helpen.
Vroeger had je dorpsomroepers, die de mensen waarschuwden voor het opkomende water, maar soms kwam ze te laat en verzopen ze voordat ze iedereen gewaarschuwd hadden.

Nu kakelt de bevolking de godsganse avond aan de telefoon om de sociale relaties te verstevigen en het zou beter zijn als ze verplicht waren iedere avond voordat ze naar de bedstee gingen, de weersvoorspellingen in acht te nemen, opdat ze niet verrast worden door de zee.
Iedereen die graag laag woont, moet bij gevaar van overstroming een hogere verdieping opzoeken, vandaar dat ik helemaal niet tegen flats ben, als ze maar goed verankerd in de vaste bodem zijn.

In gedachten onderbreek ik even het verhaal van Peter door voor mezelf op te merken, dat de reeds overleden vriend van zijn moeder ook niet wars was van de moderne tijd en plastic afval gebruikte om er beeldjes van te maken en poppen, die op ingenieuze wijze in elkaar schoven en een deurklink met ingebouwd cijferslot in de vorm van een clownskop, waardoor je nooit meer een sleutel nodig hebt.
Peter had het vak van hem geleerd, maar hij deed er verder niets mee. Er was geen hond in het dorp te bekennen die hem aanspoorde om dit pad te vervolgen.
Waar is Fucking the Hell het prachtige gemeentewapen, dat de oude man gefabriceerd had?
Het hangt niet in het gemeentehuis.

Peter was alweer een paar stappen verder. Ik had moeite om de draad weer op te pakken. Hij vertelde over de oude waarden van de vrijheid van de zee en het gelukkige gemis aan sluiswachters, die je de les lezen als je dronken het zeegat kiest. Dan pakt hij het verhaal weer bij zijn staart.

Ook al zouden er mensen sterven, als ze verrast worden door een woeste vloed, wat dan nog? Heb je bedacht hoeveel mensen in een ziekenhuis eerst met opzet gedementeerd worden, van hun waardigheid als mens beroofd  en daarna langzaam doodgemarteld op grond van het respect voor het leven? Je moet maar eens in een ziekenhuis opgenomen worden waar de klandizie te gering is
God hoede over de slachtoffers, op wier lichamen allerlei experimenten worden uitgevoerd.
Er zijn natuurlijk ook mensen, die het heerlijk vinden verzorgd te worden en het gepiel aan hun lijf  prettig te vinden en de gesprekken met specialisten, want is Robert Long al dood, omdat Tjechow ook al dood is, snap je, dat is natuurlijk geen vergelijking.

Wat heb je tegen Robert Long, vraag ik hem.

Niets, en mag ik nu verder gaan?
Ik kom nu tot de kern van de zaak. Let goed op, ik ga straks naar de Engelse jongen om te controleren, of hij de kachel wel goed aangestoken heeft. Ik moet het nu dus kort houden.
Het Ijsselmeer stinkt. Door de hoge wallen, die de overheid aan zeezijde heeft opgeworpen, kan de stank geen kant uit, want aan de andere kant heb je de heuvels van Duitsland, de Ardennen in België en men kan zeggen dat als de wind van de Vlaamse steden komt, er toch enige frisheid in ons land kan binnenkomen.
Dank je de koekoek, die frisheid is al lang bedorven, want hoe langer de afstand die de wind over land moet afleggen, des te vaker wordt hij verkracht door de zuren van het land
Ach ...... een beetje stank, dat is niet het ergste, visserschuiten stinken ook en de zee kan ook ruiken, als je er gevoelig voor bent. Het ergste is, dat de overheid, met instemming van haar clientèle en met de beste -door haar geformuleerde- bedoelingen een doodsteek toebrengt aan haar burgers.

Ik heb er niets op tegen, dat de mensen recht op eten en drinken hebben en ook op fatsoenlijke huisvesting, je weet, dat ik zelf ook van de staat trek, maar dit zonder rancunes van mijn kant.
Ik bedoel de doodsteek in de geest en dat geldt ook voor klanten van de staat, die aan de dijkenbouw verdienen.

Hoe kunnen wij ooit de betrekkelijkheid van het leven inzien, als de zee niet meer tot onze voordeur komt?

De staat stelt de zekerheid voorop: geen rampen meer door de zee, maar bedenk, Joseph, dat de zee onze geliefde is, dat de zee ons voedt en ons straft, dat de zee over de hele aarde uitwaaiert, dat de deining van de zee het enige rustpunt in ons leven mag zijn.

De zekerheid van de Nederlanders om niet door hun geliefde te worden verrast maakt ze lamlendig, ze worden horensdol van het rondcircelende geluid van de kettingzaag, die aan de zekerheid in hun kop vastzit.

Daarom heb je tegenwoordig meer dove mensen dan vroeger.

Het brakke water van het IJselmeer, ach wat een treurnis.

Het IJselmeer is een gevangene, die in zijn kot geen weecee met afvoer heeft.

De godsdienst is niet zo maar uit de lucht komen vallen, dat weet de Heer het beste, maar de gods­dienst in de lage landen heeft duidelijk en aanwijsbaar haar functie gehad, ge­had.. want die functie heeft ze verloren.

De steilheid van de preken, het schipperscalvinisme, je kunt het afkeuren, maar het was niet benepen, het was groots, want er was altijd wel een sterfgeval van een gelovige te vieren, niet overleden in een ziekenhuis of op een geïmproviseerd sterfbed in de opkamer, maar van een zeeman, die ver­dronken is.

Ik bedoel, dat de dood dichtbij was en het gevaar van zee voelbaar.

De Nederlanders willen hun geliefde zo ver mogelijk wegstop­pen, wat wel een onzinnig beeld is, want hoe kun je iets wegstoppen, wat heerst over de aarde.

Nu rijdt de meute met de auto naar de zee om op het strand te genieten van het uitzicht, van de zoute lucht en van hun eigen lichaam.

Ik heb het niet over Brabanders en Limburgers of de mensen uit Twente, want daar is de zee sinds mensenheugenis nooit geweest en daar heersen andere zeden,waar ik me niet in verdiept heb.

Ik moet ze van dit verhaal uitsluiten, wat me spijt, want waar hebben de slagers meer verstand van vlees en waar weten ze de sudderlapjes beter  te bereiden dan op de hoger gelegen gebie­den.

Nee, het gaat niet om de culinaire genoegens van perfect gebraden reerug of het avontuur van de zoektocht naar padde­stoelen.

Deze mensen staan ook in de file naar de zee, maar voor hen is dat geen totale verandering van gedrag.

Nederland is een concentratiekamp geworden, er zijn misschien wel meer oorzaken voor te vinden, maar hoe kun je je een concentratiekamp voorstellen, als de bewoners van ons land het gevecht met de zee voelbaar en dicht bij huis aan moeten­ gaan?

Dan komt de dwang niet van buitenaf, maar zit de dwang om iedere dag op hun hoede te zijn voor de zee in hun hart en met dergelijke karakters kunnen een diktator of een overheid niet sollen.

Denk aan Friesland, het zou toch onvoorstelbaar zijn, dat een dergelijke man als Wiegel als zetbaas van de rijksover­heid de lakens uitdeelt over dit -van oorsprong trotse- volk, als de zee nog rond de terpen hing?

Peter zwijgt.

Hij kijkt naar de mannen aan de bar en hij bestelt nog een jonge jenever.

Ik moet het even op me in laten werken, maar dan vraag ik me af of het met de drinkwatervoorziening wel goed komt, als de zee weer terug mag komen en of we het kind niet met het badwater weggooien.

Hij kan de twijfels van mijn gezicht aflezen.

 

Hij moet lachen en hij wil best de Rijn er bijhalen, die gemartelde rivier, van wie de gezagsdragers vinden, dat ze zo snel mogelijk haar water in de zee moet plempen.

Uiteindelijk zal het idee wel zijn om de rivier recht-toe-recht-aan naar zee te laten lopen.

Maar hoe krommer en hoe meer bochten in de Rijn, des te minder snel loopt het kostba­re water in zee.

Geen probleem, het drinkwater, als we tenminste de auto met zeewater wassen, want auto's zijn straks niet meer van ijzer maar van plastic en plastic kan tegen een stootje, waarbij we wel moeten bedenken dat het autorijden minder leuk is, als je op een eiland alleen maar rondjes kunt rijden.

Je mag natuurlijk best een paar polders overhouden, maar wel in het redelijke.

Energie, wat te denken van al die vloed en eb-stromen, wat te denken van de moge­lijkheid om van deze stromingen gebruik te maken, opdat er toch electriciteit zal zijn.


Ik heb thuis een heel schema op een schoolbord gekalkt, maar goed, laten we de Engelse jongen, die nu bij de kachel lang­zaam indut, niet storen.

Ik breng er tegen in, dat de jongen misschien helemaal geen reden heeft om rustig bij de kachel in te dutten, want de zeespiegel stijgt volgens wetenschappelijke rappor­ten.

Peter kijkt me kwaad aan. Waarom maak ik me zorgen om de Engelse  jongen, die immers zijn vriend is en niet mijn vriend? Daarbij komt dat de zeespiegel waarschijnlijk niet verder zal stijgen en overigens, wat heeft dat nou met zijn betoog te maken? Stel, dat de zee stijgt,de woestijn binnendringt, dan kan de Engelse vriend toch naar de woestijn verhuizen? Hij heeft nog de tijd. Peter kijkt ongeduldig om zich heen. De barjuffrouw roept, of het nog een beetje gaat en of de heren dorst hebben.
Nee, roept Peter, ik heb geen dorst meer. Mensen en gezagsdragers  staan altijd voor keuzes en die keuzes worden bepaald door hun achtergrond, door hun ideeën over de wereld, zo vervolgde Peter zijn betoog. Als het tenminste een keuze is, die ergens op gebaseerd is, ik weet ook heel goed, dat heel veel beslissingen nergens op gegrond zijn.

Wat het wereldbeeld van de Nederlander nou precies is, weet ik ook niet, maar een belangrijk aspect van dit beeld is, dat de Nederlander het gevaar van de zee haat en eigenlijk een teddy­beren-erotiek ten aanzien van de zee koestert. De zee heeft iets onvoorspelbaars en dat gedrag van haar wil de Nederlander uitban­nen.

wordt vervolgd

 

 

copyright: erven J.P. Kerkhof